Gisteren een zeer lange busreis gehad met een “snelle” bus die helaas niet harder dan 80 km per uur kon waardoor de reis enkele uren langer duurde. We vertrokken om half acht en waren pas om tien uur ’s-avonds in het hotel in Yangon. De busreis duurder langer dan de vlucht van Amsterdam naar Singapore! Tja, dat kan gebeuren in Azië.

Yangon is de hoofdstad van Myanmar en ligt aan de oever van de rivier de Yangon ofwel Hlaing. Er wonen meer dan 8 miljoen mensen en heeft een oppervlakte van 400km2. De afgelopen jaren is er een grote trek van de bevolking van het platteland naar de stad geweest.  Wat een mierenhoop, hoewel het ten opzichte van andere Aziatische landen echt meevalt, zeker qua verkeer.

De Shwedagon-pagode is de grootste bezienswaardigheid van Myanmar en staat op de heuvel van Singuttara in de wijk Dagon. De gouden stoepa torent hoog boven de stad uit en is in de wijde omtrek zichtbaar. De pagode dateert uit 480 v.Chr. De broers Tapussa en Bhallika keerden vanuit India terug naar huis, het Mon-koninkrijk Okkala.

Ze hadden acht haren van Boeddha bij zich, die ze tijdens een ontmoeting met hem hadden gehad. De koning van Okkala besloot de haren te bewaren op de heuvel van Singuttara, waar zich al relikwieën van vroegere Boeddha’s bevonden. Dit maakt de locatie zo heilig. De haren legde men in een gouden kistje dat werd bijgezet in de relikwieënkamer en daaroverheen bouwde men een stoepa met een hoogte van 9 meter. Koningin Shinsawbu verhoogde de stoepa in 1469 tot 90 meter en schonk haar gewicht, 40 kg, aan goud om het bouwwerk te vergulden. De gewoonte om de stoepa met bladgoud te versieren stamt uit deze tijd. Als je met de wijzers van de klok om de pagode loopt zie je van alles. Kraampjes waar donaties worden afgegeven om het heiligdom te onderhouden en te restaureren. Ook zie je kraampjes waar je bladgoud kunt kopen. Daar ben ik nog maar even langs gegaan, ben er nu toch! Na de aardbeving in 1768 gaf koning Hsinbyushin de pagode de huidige hoogte en vorm. En ik kan jullie vertellen het is hoog. Het is een prachtige beleving om hier rond te mogen lopen, tussen alle monniken, nonnen en gelovigen die hierheen komen om Boeddha te vereren. We waren er al vroeg en het werd steeds warmer en vochtiger. Een fles water was hard nodig om het vochtgehalte enigszins op peil te houden. Je kunt er vele uren, dagen doorbrengen, maar wij vonden het na 2 uur wel welletjes.

De taxi bracht ons naar het Strand Hotel aan de rivier de Hlaing. Het hotel werd gebouwd in 1901 en wordt in een adem genoemd met het Taj Mahal Palace in Mumbai en Raffles of Singapore. Het is gebouwd door de Sarkies broers, Armeense entrepreneurs die de noodzaak zagen om in Yangon een luxe accommodatie te bouwen na de opening van het Suez kanaal. Tijdens de Britse koloniale periode kwamen er vele bekende schrijvers naar het Strand Hotel zoals George Orwell en Rudyard Kipling. Na de onafhankelijkheid van Birma in 1948 raakte het hotel in verval. In 1990 is het gerestaureerd. Wij zijn toe aan wat luxe en hebben voor het eerst in 2 weken een heerlijke cappuccino op met een bonbon, wat een traktatie. Een tarte tartin erbij en wij zaten te genieten. Heeft toch ook wel wat hoor om in zo’n koloniaal pand, dat fantastisch is ingericht met teak, mahonie en rotan aan een wit gesteven tafelkleed je koffie te drinken. Dus voor vanavond een tafel voor twee geboekt om te dineren. De Franse chef-kok gaat voor ons iets lekkers maken. Wij gaan het mee maken.

Vanuit het Strand Hotel  door de koloniale Britse wijk gelopen. Er stonden nog een aantal grote panden, zoals het Hoge Gerechtshof, het douane gebouw, het gemeentehuis en de Mahabandula Garden. Van hieruit keek je op de Sule Pagode. Tja en toen we daar zo zaten kreeg ik enige drang. Zoals de meesten van jullie weten is het meestal bal na de 4 de dag, maar wat er aan de hand is weet ik niet, maar tot op heden had ik nog geen last gehad. Maar dat ging veranderen, mijn darmen gaven aan dat ik heel snel een toilet op moest zoeken. Dat is nooit echt makkelijk in zo’n omgeving en ik ben dan ook echt een hotel ingevlucht en heb de receptioniste gesmeekt dat ik heel snel een toilet nodig had. Ze keek me wat meewarig aan en gaf aan dat ik door moest lopen naar achteren. Heel snel de rugzak en fotocamera afgedaan en aan Erwin afgegeven en doorgelopen. Daar zat een gezin van vijf personen aan de maaltijd en twee meter verder was hun wasruimte, toilet en opslagruimte waar ik naar toe sprintte. Wat kan je dan blij zijn om een toiletpot te zien, want het had ook nog een hurktoilet kunnen zijn. Na vele bedankjes langs de etende mensen weer naar buiten gelopen. Wat was ik opgelucht.

Vanmiddag ons gemak gehouden en nog even door Jungsten City gelopen, een enorm warenhuis van vijf verdiepingen met alle grote westerse merken, zoals Boss, Versace, etc. Wat een winkels, enorm. Nu gaan we ons klaar maken voor ons romantische diner!