Wat een nacht. Erwin heeft als een prinsje geslapen, maar ik kon de slaap niet vatten. Waarschijnlijk iets te veel in de bus weggedommeld. Gelukkig konden we er weer bijtijds uit om te gaan ontbijten. Je ziet vaak in deze landen dat hoe simpele het hotel wordt, des te beter wordt het ontbijt. Zo was dat ook hier. Ze hadden echt ontzettend hun best gedaan.

De trekking zou ongeveer 13 km zijn en niet te stijl. We hadden besloten allebei onze camera’s mee te nemen maar niet te veel in de rugzak te doen en niet onbelangrijk Erwin zou deze dragen. Dus pluutjes er in en water en lopen maar. Het was geweldig. Onze gids vertelde van alles over de Palaung, het bergvolk dat hier woont. Over smalle paden door een heulvelachtig terrein met in de dalen akkertjes met groenten en op de hellingen koffie ent thee. We kwamen veel locals tegen die hun gezicht beschilderen met tanake. Dit sap wordt gemaakt van een bepaald soort boom  en beschermd tegen de zon. We stegen gestaag en dit was goed te doen. Dank aan Mirte die ons de afgelopen weken in zo’n goede shape heeft gekregen, want anders hadden we dit niet kunnen doen. In een Palaung dorp lekker thee gedronken en wat zouts gegeten. Mijn eerste tafelkleed gekocht, een doek die door de vrouwen van Palaung als omslagdoek wordt gebruikt. Maar ja toen moesten we naar beneden en dat vonden mijn knieën niet zo leuk. Wat een ellende. Het zijn hier natuurlijk geen prachtig geasfalteerde paden maar bergweggetjes vol met ongelijke keien, gaten en waterplassen. We hebben het gehaald en morgen weer een busdag, dus herstellen maar.

Erwin heeft de laatste 2 dagen slecht gegeten, dus er moet vanavond goed gegeten worden. Onze Brabantse vrienden nodigden ons uit voor de Italiaan, dus dat wordt smikkelen na een week rijst en noedels.